Biologische melkveehouderij Friesland en Twente

In de afgelopen wintermaanden zijn de boekhoudrapporten van de biologische melkveehouderij verwerkt. De technische en economische resultaten zijn besproken in de Biologische melkveehouderij Studiegroepen "Friesland" en "Twente".

Dit leverde interessante informatie over de overeenkomsten en veschillen in de bedrijfstructuur van de Fries en Twents biologische melkveehouderijbedrijven op.

 

Gemiddeld hebben de bedrijven ongeveer, met ca 470.000 kg melk, een even grote omvang. Hiervoor gebruiken de Twentse bedrijven echter 57 ha, dat bijna 8 ha minder dan in Friesland. Ze zijn dan ook met 1200 kg meer melk per ha, intensiever als hun Friese collega's. Ook de melkproductie per koe ligt met 6900 kg ongever 300 kg hoger en ze houden iets meer jongvee aan, dan in Friesland. Daar staat echter tegenover dat ze hiervoor ruim 4 ct/kg melk extra voerkosten hebben. De gehalten vet en eiwit ontlopen elkaar niet veel. De Friese bedrijven zijn vrijwel volledige graslandbedrijven. De Twense biologische veehouders hebben gemiddeld bijna 3 ha bouwland. Vooral een opvolging na gras van snijmaïs en daarna haver lijkt succesvol. Tenslotte lijkt het erop dat de Friese bedrijven iets meer land in pacht hebben.

 

Bedrijfseconomisch doen de Friese boeren het echter een stuk beter: Met een productieresultaat van 23 ct /kg ten opzichte van 13 ct/kg, scheelt dit aanzienlijk.

De groostste verschillen zitten in de melkopbrengsten: bijna 4,5 ct/kg, waarbij opgemerkt moet worden dat er in Friesland een Jersey-bedrijf bij zit. Verder kan verschil gevonden worden in de door de fabriek uitbetaalde melkprijs . Ook de genoemde voerkosten: ruim 4 ct/kg. Tenslotte zijn de algemene kosten (incl energie en water) in Twente met ruim 3 ct /kg hoger.

Bij de analyse moet wel een voorbehoud gemaakt worden de Fries bedrijven hebben over het algemeen een mei-mei boekhouding , de Twentse collega's een januari-januari boekhouding.