Nieuw voorstel excretienorm valt slecht bij de biologische veehouderij

Binnen de biologische landbouw mag tot 170 kg stikstof per ha op het land worden gebracht. Voor de veehouderij wordt deze gebaseerd op de veebezetting per ha. Per diersoort wordt een excretienorm voor stikstof (N) per dier gebruikt. Deze normen zijn opgenomen in de Landbouwkwaliteitswet -Biologische Productiemethoden. Er ligt thans een voorstel om deze oude normen voor het melkvee te vervangen door de regulier gehanteerde forfaitaire normering. Dit zal in ieder geval ten koste gaan van de veebezettingsruimte op de bedrijven. Ekopart heeft de veebezettingsruimte van de huidige Skal voor zowel de biologische als de biologisch dynamische melkveebedrijven afgezet tegen ruimte op basis van de nieuwe forfaitaire normen. Met de nieuw voorgestelde normen zal de veebezetting bijna 10% lager uitpakken.

SKal Forfatair

 Dat is pijnlijk voor de biologische, maar vooral voor de biologisch dynamische bedrijven. Immers veebezettingsruimte betekent mineralenaanvoer. 10 koeien minder kost naar verwachting grasproductie, ten gevolge van de beperking van mineralenaanvoer. En binnen de BD zijn reeds serieuze zorgen over de bemesting in relatie met grasproductie.

Onderbouwing voor de nieuw voorgestelde excretienormen wordt gebaseerd op een (concept)rapport van Landbouwuniversiteit Wageningen. Over de inhoud van dit rapport wordt vanuit de praktijk kanttekeningen geplaatst. Er zijn grote zorgen geuit dat de biologische veehouderij beoordeeld wordt op basis van algemene en dus reguliere normen. Daar waar afwijkingen verwacht mogen worden zijn geen onderzoek gegevens beschikbaar om dit te onderbouwen. Met name de Vereniging van Biologische Boeren Friesland (FBBF)heeft daarom haar zorgen geuit. Over het zogenoemde koemodel bestaan al heel lang twijfels of deze bruikbaar is voor vee op biologische bedrijven. Wordt de invloed van beweiding wel op juiste wijze meegenomen, wordt de aan kalveren verstrekte melk wel meegenomen? Ook zijn er vraagtekens bij de verhouding van de organisch gebonden en de ammoniak stikstof in de mest.

De Natuurvereniging Noordelijke Friese Wouden heeft enkele jaren ervaring opgedaan met de Kringloopwijzer, het beoogde instrument die de inzichten voor de mineralenstromen op bedrijfsniveau in beeld kan brengen. Ze hebben op basis van deze ervaringen kritische opmerkingen geplaatst over dit programma. Deze gelden wellicht in sterkere mate ook voor de biologische landbouw. Algemeen beeld, relatief extensieve bedrijven komen minder positief uit dan verwacht mag worden. Er zijn dus redenen genoeg om nog eens goed naar het voorstel en de onderbouwing ervan te kijken.