Uitbetaling Ganzenschade: Biologische droge stofprijs 45 ct.

Het bestuur van het Faunafonds heeft de droge stofprijs 2016 voor biologische voorjaarsgras vastgesteld op 45 ct. per kg. Dit is gebaseerd op een nieuwe rekensystematiek voor de biologische landbouw. Daarmee is ze tegemoetgekomen aan de kritiek van bio-boeren op de prijsberekeningssystematiek van de voorgaande jaren.

Deze ging uit van gangbare voederwaardeprijzen, en werd gecorrigeerd met het prijsverschil tussen gangbare en biologische maïs (KWIN). Daartegen bestond veel bezwaar, de prijs was over het algemeen te laag, en fluctueerde aanzienlijk. Ook was er nauwelijks sprake van een goed biologisch maïshandel.

Algemeen kan gesteld worden dat de biologische bedrijven de schade compenseren door:

  • . Derving van de bedrijfsproductiviteit, minder vee, minder melk
  • . Aankoop biologisch krachtvoer
  • . Aankoop biologische ruwvoer in de vorm van grasbalen

Ekopart heeft afgelopen winter in opdracht van het Faunafonds en in nauw overleg met de biologisch veehouderijsector (Natuurweide en Feriening Biologyske Boeren Fryslan (FBBF)), een systematiek voorgesteld op basis van de actuele biologische mengvoerprijzen.

 

 

Hiervoor was het van belang dat de grootste biologische mengvoer bedrijven hieraan hun medewerking wilden verlenen. Agrifirm, Reudink Biologisch Voerders  en van Gorp Diervoeders hebben zich bereid verklaard om 2 maal per jaar hun prijs van A- en B-brok aan te leveren voor de berekening van deze droge stofprijzen voor biologisch grasgewas. Hiervoor is gekozen omdat:

  • . Deze de mengvoeders een relatief vaste kwaliteit-prijsverhouding kent.
  • . De foerage industrie betrouwbare prijzen, op basis van afspraken, eenvoudig beschikbaar kan stellen.
  • . De eiwitdekking in het rantsoen bij biologische melkveebedrijven wezenlijk anders is als bij de reguliere bedrijven.
  • . Biologische bedrijven zijn grondgebonden en hebben een relatief hoog aandeel gras en/of/grasklaver in het rantsoen, waarmee de eiwitbehoefte grotendeels gedekt wordt.
  • . Bij schade moet een relatief hogere prijs betaald worden voor biologische geproduceerde eiwit, van voor reguliere eiwit.
  • . Biologische ruwveevoeders, t.b.v. de melkproductie, zijn niet algemeen beschikbaar.
  • . De ruwveevoederaanbod kent een sterk wisselde kwaliteit-prijsverhouding, welke niet transparant en eenvoudig opvraagbaar is.
  • . Er door veehouders relatief weinig bijproducten en grondstoffen aangekocht wordt.

Met deze nieuwe berekeningssystematiek is een goede basis voor de toekomst gelegd, om een marktconforme ds-prijsvorming te berekenen voor de schade ten gevolge van ganzen op biologische percelen.