Melkvee in een kudde vraagt nog tijd

  

De studiegroep Biologische Melkveehouderij Friesland was begin november 2009 op bezoek bij Durk Oosterhof. Hij is deelnemer aan het netwerk "Familliekudde" voor de melkveehouderij. Met collega melkveehouders zoekt hij naar de mogelijkheden om de bedrijfsomstandigheden en het veebeheer beter aan te laten sluiten bij het natuurlijke gedrag van het vee. Door het dierwelzijn te verbeteren hoopt Durk de stress bij het vee verder terug te dringen waardoor de natuurlijke weerstand sterk verbeterd kan worden. Hierdoor wordt zowel het vee, de boer, als de consument er beter van. Daarnaast beleeft Durk veel plezier aan de kalfjes, die bij de moeder kunnen blijven zogen. Een tweede belangrijke doelstelling is om terug te keren naar een gehoornde veestapel, simpel om het feit dat de melkkoeien van nature hoorns hebben.

  

 

Het is echter geen eenvoudige opgave. De veehouderij kent per definitie aangepaste omstandigheden, omdat het vee ook dient als een economische productiemiddel (voor melk/vlees). De zoektocht gaat in ieder geval uit naar een houderijsysteem waarin de veestapel als een kudde wordt gehouden. In de praktijk zou dit erop neer komen dat zowel de melkkoeien, pinken, als kalveren in een koppel gehouden worden. Dit vraagt aangepast managementen een andere inrichting van het huisvestingssysteem. In de praktijk wordt thans op meerdere bedrijven, waaronder door  Durk, geëxperimenteerd met het houden van kalfjes bij de melkveestapel. Pinken worden over het algemeen appart beheerd. De ervaring leert dat met name bij het moment van spenen veel aandacht besteed moet worden aan de kalfjes. Het spenen is een stressfactor, waarbij het kalf in meer of mindere mate wordt gescheiden van de moeder en waarbij het rantsoen verandert. Ook blijken de kalfjes, vooral direct na de geboorte veel aandacht van de boer nodig te hebben. Ze moeten mede door de boer worden opgevoed. Gebeurd dit niet dan groeit het dier in de kudde op en zal later lastiger zijn naaar de boer toe. Durk komt er nu achter, dat zijn eerste kalfjes die aan de melk komen, niet gewend zijn om vast gezet te worden. Ze zijn daarom banger en worden soms agressief.

Binnen de studiegroep was men nog niet onverdeeld enthousiast over de mogelijkheden die de Familiekudde op termijn kan opleveren. Het leverde wel veel stof tot praten op, waarin voordelen, maar nog meer nadelen besproken werden. Maar wellicht is dit altijd bij nieuwe ontwikkelingen, waarbij de grenzen worden gezocht. Uiteindelijk zal de praktijk de praktische en positieve onderdelen graag omarmen.

 

Zorgen en Nadelen

  • Het moment van- en de wijze waarop gespeend moet worden is nog niet goed bekend. Spenen levert veel stress bij het vee op
  • Al het vee in een kudde krijgen zonder beperkingen hetzelfde rantsoen aangeboden.
  • De kalfjes krijgen veel meer melk aangeboden dat ze nodig hebben
  • De huidige stallen zijn niet ingericht om het (gehoornde) vee in een kudde te houden
  • Er zijn nog veel vragen over de ondergrond van de vrijloop en wijze van uitmesten
  • De kostprijs zal waarschijnlijk sterk toenemen t.g.v de grote oppervlakte per dier, beperkter voerefficëntie en de lagere te leveren melkproductie per koe en meer arbeid.

Voordelen en Kansen

  • Kudde, gehoornd vee, naturlijke dekking en ruime vrijloop sluiten aan het bevordern van het natuurlijk gedrag van het vee.
  • Verwacht mag worden dat verbeterde omstandigheden het welbevinden van het vee toeneemt en daardoor de weerstand verbeterd.
  • Onderscheid van de biologische melkveehouderij in het algemeen wordt versterkt doordat het dierwelzijn actief wordt verbeterd
  • Ook worden voordelen gezien in eenduidig rantsoen en bij arbeidsbeparing 

Opgemerkt kan worden dat niet iedereen op dezelfde wijze aankijkt tegen de technische invulling. Er zijn nu al technische mogelijkheden om dieren gescheiden voer aan te bieden. Dit kan bijdragen tot een optimale voerefficiëntie. Ook is men niet eenduidig of een dergelijk systeem meer of minder arbeid vraagt.

 

Een voorlopig resultaat van het netwek, is een basis-ontwerp voor een stal waarbij aan de 2 genoemde doelstellingen tegemoet gekomen wordt. De stal heeft een ronde vorm, waaarbij in het midden een ingestrooide vrijloop is. In een ring ligt hieromheen stalruimten waarin dieren gesepareerd kunnen worden, bijvoorbeeld om een specifiek rantsoen te krijgen. Daaromheen ligt de buitenring waaraan de voergang met voerhekken liggen. Uitgegaan wordt dat een koppel van 60 melkkoeien + 40 stuks jongvee een staldoorsnede van 50 meter nodig heeft, Dit komt neer op ca 20 m2 per grootvee-eenheid. Ervan uitgaande dat een Skal stal minimaal 6 m2 per melkkoe eis geeft aan dat dit een grote stap zal betekenen.